Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volledig bij opdrachtgevers die werken met mensen die voor de loonheffingen eigenlijk een dienstbetrekking hebben. Onder druk van de Tweede Kamer gebeurt dit echter met de zachte hand. Dit en meer in de update voor het 1e kwartaal 2025.
De inhoud van deze update bevat algemene informatie. Hoewel bij de samenstelling daarvan de uiterste zorgvuldigheid is nagestreefd, aanvaarden wij geen aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheden en de gevolgen daarvan.
Tips voor de ondernemer
- Handhaven bij schijnzelfstandigheid met de zachte hand
- Geef tijdig S&O-uren 2024 door
- Minder aftrek gemengde kosten
- Los betalingsproblemen op met een vaststellingsovereenkomst
- Voortaan binnen acht weken suppletieaangifte indienen
Tips voor de DGA
- Drempel niet aftrekbare gemengde kosten verhoogd
- Turboliquidatie of reguliere ontbinding van je bv?
- Beperk de stand van je rekening-courant
- Waardeer en indexeer je pensioen in eigen beheer
Tips voor werkgevers en werknemers
- Vergoedingsbedragen binnenlandse dienstreizen 2025
- Denk aan tijdige opgave S&O-gegevens 2024
- Soms toch vereenvoudigde WIA-beoordeling 60-plusser
- Let op vervaltermijn wettelijke vakantiedagen
- Aanvraagloket SLIM-regeling 2025 opent
Tips voor elke belastingbetaler
- Meer alimentatie
- Nieuwe regels cryptohandel
- Laat je WOZ-beschikking controleren
- Einde salderingsregeling per 2027
- Schade aan verhuurd goed – wie moet wat bewijzen?
- Laatste kans middelingsregeling bij wisselend inkomen
- Subsidie voor verduurzamen huurwoningen
Tips voor ondernemers
Handhaven bij schijnzelfstandigheid met de zachte hand
Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volledig bij opdrachtgevers die werken met mensen die voor de loonheffingen eigenlijk een dienstbetrekking hebben. Onder druk van de Tweede Kamer gebeurt dit echter met de zachte hand. Zo maakt de Belastingdienst in een handhavingsplan bekend dat er over het kalenderjaar 2025 geen verzuim- en vergrijpboetes worden opgelegd. Bij een bedrijfsbezoek zal de Belastingdienst eerst in gesprek gaan met de opdrachtgever over de inhuur van zzp’ers. Daarin wordt de opdrachtgever er zo nodig op gewezen aandacht te hebben voor de kwalificatie van de arbeidsrelaties en mogelijke risico’s van schijnzelfstandigheid. De Belastingdienst kan er dan voor kiezen om nog geen boekenonderzoek te starten, waardoor de opdrachtgever dus als het ware eerst wordt gewaarschuwd.
De Belastingdienst benadrukt dat de focus binnen de handhaving vooral is gericht op de loonheffingen in relatie tot opdrachtgevers. Naar aanleiding van correcties in de loonheffingen bij de opdrachtgever zal de Belastingdienst ‘in principe’ geen gerichte acties uitvoeren voor eerdere jaren bij de zzp’er.
Modelovereenkomsten verlengd
In het handhavingsplan wordt ook bekendgemaakt dat de Belastingdienst alle lopende, goedgekeurde modelovereenkomsten zal eerbiedigen tot eind 2029. Dit betekent dat opdrachtgevers nog tot 2030 gevrijwaard zijn van naheffing van loonheffingen als ze daadwerkelijk werken volgens een modelovereenkomst.
Geef tijdig S&O-uren 2024 door
Heb je als ondernemer zonder personeel in 2024 gebruikgemaakt van de regeling speur- en ontwikkelingswerk (S&O-werk) voor jouw innovatieve investeringen? Dan kom je mogelijk voor de S&O-aftrek in aanmerking. Deze aftrek bedraagt voor 2024 maximaal € 15.551, verhoogd met € 7.781 als je een starter was. Je moet in 2024 wel aan het urencriterium (in beginsel minimaal 1.225 uren besteed aan je onderneming) hebben voldaan en ten minste 500 uur hebben besteed aan speur- en ontwikkelingswerk, waarvoor de RVO een S&O-verklaring heeft afgegeven. Heb je feitelijk minder dan 500 S&O-uren gerealiseerd? Dan moet je dit uiterlijk 31 maart 2025 doorgeven via het eLoket van de RVO. Als je de S&O-uren niet tijdig hebt doorgegeven, krijg je eerst een herinnering. Als je ook daarna de gerealiseerde S&O-uren niet opgeeft aan de RVO, wordt ervan uitgegaan dat je geen S&O-uren hebt gerealiseerd. Je moet dan de S&O-aftrek terugbetalen, verhoogd met een boete.
Minder aftrek gemengde kosten
Er zijn kosten die je voor jouw onderneming maakt, maar waarin ook een privé-element zit. Dit zijn de gemengde kosten. Hieronder vallen de kosten voor voedsel, drank en genotmiddelen, representatiekosten en de kosten van congressen, seminars, symposia, excursies en studiereizen.
Gemengde kosten zijn pas aftrekbaar voor de inkomstenbelasting als een drempelbedrag wordt overschreden. Dit drempelbedrag is sinds 1 januari 2025 verhoogd van € 5.600
naar € 5.700.
Maar, er is ook een alternatief. Je mag er namelijk ook voor kiezen om 80% van de gemengde kosten in aftrek te brengen.
Los betalingsproblemen op met een vaststellingsovereenkomst
Als ondernemer kan je te maken krijgen met klanten (of relaties) die niet tijdig betalen. Wanneer je wel genoeg vertrouwen hebt in de kredietwaardigheid van je klant, kan een vaststellingsovereenkomst een oplossing bieden. Deze overeenkomst is een juridisch instrument dat wordt gebruikt om een einde te maken aan een bestaand geschil of om toekomstige onzekerheden of geschillen te voorkomen.
Je associeert een vaststellingsovereenkomst mogelijk met ontslagsituaties, maar deze overeenkomst kan je dus ook inzetten bij betalingsproblemen. Dit heeft ook een belangrijk voordeel ten opzichte van het inschakelen van een incassobureau. Een vaststellingsovereenkomst is namelijk een onderlinge regeling, waarbij jij én je klant het eens zijn over de oplossing. Dit kan leiden tot een meer vriendelijke afwikkeling van de betalingsproblemen en juridische kosten voorkomen die inherent zijn aan het incassoproces.
Flexibiliteit en rechtszekerheid
Een vaststellingsovereenkomst biedt ook de mogelijkheid om flexibele afspraken te maken die beter passen bij de specifieke situatie van jou en je klant. Dit kan bijvoorbeeld ruimte bieden voor een betalingsregeling die rekening houdt met de financiële situatie van je klant. Bovendien, als er eenmaal een overeenkomst is bereikt, wordt ook rechtszekerheid geboden; jullie weten allebei waar jullie aan toe zijn en wat er van jullie wordt verwacht. Het is een bindende overeenkomst die ook kan worden afgedwongen, mocht een van jullie zich niet aan de afspraken houden.
Tip
Zorg ervoor dat alle rechten en plichten goed zijn vastgelegd in de vaststellingsovereenkomst, zodat er geen onbedoelde nadelige gevolgen ontstaan. Zorg voor duidelijke afspraken over termijnen en de consequenties van niet-nakoming.
Voortaan binnen acht weken suppletieaangifte indienen
Je moet als btw-ondernemer een suppletieaangifte indienen, zodra duidelijk wordt dat je te veel of te weinig btw hebt betaald. Sinds 1 januari 2025 is hier echter een concrete termijn aan toegevoegd. Je moet sindsdien namelijk de suppletieaangifte indienen binnen acht weken nadat je de fout hebt ontdekt. Na deze termijn kan de Belastingdienst een boete opleggen. Heb je eind vorig jarig een fout ontdekt? Dan is deze termijn op 1 januari 2025 gaan lopen. Je moet dan dus al op 26 februari 2025 de suppletieaangifte hebben ingediend om een boete te voorkomen.
Naast de termijn van acht weken is voor het indienen van een suppletieaangifte nog steeds van belang dat je deze aangifte moet doen voordat je weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de desbetreffende onjuistheid of onvolledigheid bekend is of zal zijn.
Let op
Bedragen tot € 1.000 mag je verrekenen in de eerstvolgende btw-aangifte. Hiervoor hoef je dus geen suppletieaangifte te doen.
Belastingrente
Sinds 1 januari 2025 bedraagt de belastingrente 6,5%. Heb je te weinig btw betaald over 2024? Zorg er dan voor dat je de suppletieaangifte uiterlijk 31 maart 2025 hebt ingediend, anders ga je vanaf 1 april 2025 belastingrente betalen. Wil je dat de suppletie geldt als een vrijwillige verbetering, dan is het sowieso zaak om zo snel mogelijk een suppletieaangifte in te dienen, zodra je weet dat je onderneming te weinig btw heeft betaald.

Tips voor de DGA
Drempel niet aftrekbare gemengde kosten verhoogd
Kosten die je voor je onderneming maakt, kunnen ook een privé-element bevatten. Heeft jouw bv één of meer werknemers in dienst? Dan is de aftrek van deze gemengde kosten beperkt. De aftrekbeperking geldt voor de kosten voor voedsel, drank en genotmiddelen, representatiekosten en voor de kosten van congressen, seminars, symposia, excursies en studiereizen. Maar vormen deze kosten belastbaar loon voor jouw werknemer(s), dan zijn ze integraal aftrekbaar. Zijn de kosten geen belastbaar loon, dan zijn ze pas aftrekbaar als een drempelbedrag wordt overschreden. Dit drempelbedrag is sinds 1 januari 2025 verhoogd van € 5.600 naar € 5.700. Als 0,4% van het belastbaar loon van jouw werknemer(s) hoger is dan dit bedrag, geldt het hogere bedrag als niet-aftrekbaar drempelbedrag.
Tip
Jouw bv kan ook gebruikmaken van een alternatief. Zij mag dan 73,5% van de werkelijk gemaakte gemengde kosten in aftrek brengen.
Turboliquidatie of reguliere ontbinding van je bv?
Als je bv geen baten meer heeft, houdt zij op te bestaan. Er hoeft dan geen vereffening plaats te vinden; je bv kan met inachtneming van de Tijdelijke wet turboliquidatie worden geliquideerd. Dit kan dus ook als er nog schulden zijn. Bij een reguliere ontbinding houdt je bv pas op te bestaan nadat de vereffening (liquidatie) van het vermogen heeft plaatsgevonden. Alle schuldeisers moeten dan worden voldaan, voordat je bv mag verdwijnen.
De Tijdelijke wet turboliquidatie is sinds 15 november 2023 van kracht en geldt in elk geval 2 jaar. Daarna komt er waarschijnlijk een permanente wet. Deze tijdelijke wet beschermt schuldeisers beter dan voorheen, onder meer door de verplichting om schuldeisers tijdig en correct te informeren. Wordt een turboliquidatie niet juist opgezet, dan kunnen schuldeisers hier mogelijk de dupe van worden. De rechter kan dit aanmerken als onrechtmatig handelen, met persoonlijke aansprakelijkheidstelling van de bestuurders van de bv als mogelijk scenario.
Tip
Kies je voor een turboliquidatie van je bv, laat je dan goed begeleiden, zodat je de juiste acties op het juiste moment onderneemt.
Beperk de stand van je rekening-courant
De Belastingdienst controleert regelmatig de zakelijkheid van een rekening-courant bij de eigen bv. Jouw aangifte voor de inkomstenbelasting en die van je bv voor de vennootschapsbelasting worden daarbij beoordeeld in onderlinge samenhang. De rekening-courantverhouding met je bv kan als onzakelijk worden aangemerkt als niet aannemelijk is dat je de schuld aan je bv ooit aflost. Er heeft dan een definitieve vermogensverschuiving plaatsgehad van je bv naar jou, waarvan jij en jouw bv zich bewust waren. De rekening-courant vormt dan een verkapte winstuitdeling, waarover je box-2-belasting verschuldigd bent. Laat de rekening-courant dus niet te hoog oplopen.
Waardeer en indexeer je pensioen in eigen beheer
Het opbouwen van een pensioen bij je eigen bv is verleden tijd. Heb je een pensioen in eigen beheer opgebouwd bij je bv, dan kon je tussen 2017 en 2019 dit pensioen op een fiscaalvriendelijke manier afkopen of omzetten in een oudedagsverplichting (ODV). Je kon er ook voor kiezen om het opgebouwde pensioen aan te houden bij je bv.
Heb je hiervoor gekozen? Zorg er dan voor dat je bv de pensioenvoorziening wel jaarlijks indexeert en ook actuarieel laat waarderen. Als je bv dit niet doet, kan de Belastingdienst dat aanmerken als het prijsgeven van pensioenrechten. De waarde in het economisch verkeer van de gehele pensioenvoorziening is dan belast als loon uit vroegere dienstbetrekking. Bovendien ben je als dga 20% revisierente verschuldigd!

Tips voor werkgevers en werknemers
Vergoedingsbedragen binnenlandse dienstreizen 2025
De vergoedingsbedragen voor verblijfskosten voor binnenlandse dienstreizen zijn per 1 januari 2025 gewijzigd. De verblijfskostenvergoedingen van ambtenaren op dienstreis zijn geregeld in de cao Rijk. Ben je als werkgever níet gebonden aan de cao Rijk? Dan kan je deze vergoedingen toch onder dezelfde voorwaarden en met dezelfde fiscale gevolgen toekennen aan jouw werknemers. Mits deze werknemers vanuit kostenoogpunt in gelijke omstandigheden verkeren als ambtenaren op dienstreis. Je kunt een deel van de vergoeding voor binnenlandse dienstreizen aanwijzen als gericht vrijgesteld eindheffingsbestanddeel.
Maakt de werknemer een binnenlandse dienstreis? Dan mag je, naast de reiskostenvergoeding, ook een gericht vrijgestelde vergoeding voor noodzakelijke verblijfskosten geven. De dienstreis moet dan wel aan de volgende twee voorwaarden voldoen: 1) de dienstreis duurt ten minste 4 uur; én 2) de bestemming ligt in een andere gemeente of minstens 1 kilometer van de eigen werklocatie vandaan.
Vergoedingen
De werknemer kan in 2025 de volgende vergoedingen krijgen voor de kosten van verblijf:
Onderdeel van de dienstreis | Vergoeding | aanvullende voorwaarden |
---|---|---|
Kleine uitgaven overdag | € 7,02 | geen |
Kleine uitgaven ’s avonds | € 20,95 | aansluitend op overnachting vanwege de dienstreis |
Logies | € 152,19 | per overnachting |
Ontbijt | € 14,87 | na overnachting vanwege dienstreis |
Lunch | € 21,40 | binnen de dienstreis tussen 12.00 tot 14.00 uur |
Avondmaaltijd | € 32,37 | binnen de dienstreis tussen 18.00 en 21.00 uur |
Behalve voor de kleine uitgaven overdag en in de avond geldt als voorwaarde voor de vergoeding dat de werknemer daarvoor kosten heeft gemaakt in een gelegenheid die daarvoor bedoeld is. Vergoed je meer dan deze bedragen? Dan kan je het bovenmatige deel van de vergoeding tot het loon van de werknemer rekenen of aanwijzen als eindheffingsloon.
Denk aan tijdige opgave S&O-gegevens 2024
Heb je als werkgever in 2024 gebruikgemaakt van de Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO)? In dat geval kreeg je een afdrachtvermindering op de af te dragen loonheffing. Je moet dan nog wel uiterlijk op 31 maart 2025 het aantal gerealiseerde S&O-uren over 2024 opgeven via het eLoket van de RVO. Heb je bij de eerste aanvraag niet voor het forfait gekozen maar voor de werkelijke S&O-kosten en -uitgaven? Dan moet je ook de werkelijke kosten en uitgaven melden bij de RVO. De gerealiseerde gegevens over 2024 moet je ook doorgeven als je wel een S&O-verklaring hebt, maar geen of minder S&O-uren hebt gerealiseerd, dan is vermeld in die verklaring. Het niet opgeven van de S&O-gegevens leidt tot terugbetaling van de afdrachtvermindering, verhoogd met een boete.
Soms toch vereenvoudigde WIA-beoordeling 60-plusser
Eind vorig jaar eindigde de vereenvoudigde WIA-beoordeling voor 60-plussers. Zij krijgen sinds 1 januari 2025 weer een gewone WIA-beoordeling na 2 jaar (104 weken) of langer ziekte. Toch wordt hierop een uitzondering gemaakt. Wordt aan een 60-plusser namelijk langer dan 2 jaar loon doorbetaald (loonsanctie voor jou als werkgever), dan kan hij of zij nog wel volgens de vereenvoudigde WIA-beoordeling worden beoordeeld.
Deze regeling houdt in dat de WIA-beoordeling alleen door een arbeidsdeskundige wordt uitgevoerd. Een medische beoordeling door een verzekeringsarts blijft dan achterwege. De arbeidsdeskundige neemt contact op met de (ex-)werknemer en jou als (ex-)werkgever om te vragen of jullie van de vereenvoudigde regeling gebruik willen maken. Aan de uitzondering zijn de volgende voorwaarden verbonden:
- de 60-plusser was 2 jaar ziek in de periode vanaf 1 oktober 2022 tot en met 31 december 2024;
- hij of zij was in die periode 60 jaar of ouder.
Bezwaar maken
Ook als jij én je werknemer voor de vereenvoudigde WIA-beoordeling hebben gekozen, kunnen jullie bezwaar aantekenen tegen een beslissing van het UWV, als jullie het niet eens zijn met de beslissing. Laat de beslissing daarom goed bestuderen en vraag om een nadere toelichting van het UWV bij eventuele onduidelijkheden. Het voordeel van de bezwaarprocedure is dat er dan alsnog een medisch onderzoek zal worden verricht door een verzekeringsarts.
Let op vervaltermijn wettelijke vakantiedagen
Wettelijke vakantiedagen over een kalenderjaar vervallen als deze niet binnen de eerste 6 maanden van het daarop volgende jaar zijn opgenomen. Zo vervallen de wettelijke vakantiedagen over 2024, als jouw werknemers die dagen niet opnemen vóór 1 juli 2025. De Europese rechter heeft echter beslist dat de wettelijke vakantiedagen níet vervallen als je jouw werknemers niet duidelijk en tijdig hebt geïnformeerd over de vervaltermijn van hun vakantiedagen. Je moet jouw werknemers stimuleren en ook in staat stellen om de wettelijke vakantiedagen op te nemen. Doe je dit niet (goed), dan behouden je werknemers de wettelijke vakantiedagen en kunnen zij later bij uitdiensttreding om uitbetaling van die dagen verzoeken.
Tip
Zijn er werknemers in je bedrijf die nog vakantiedagen van het kalenderjaar 2024 niet hebben opgenomen? Informeer hen dan over de datum waarop die dagen vervallen én stel hen in staat om die dagen vóór 1 juli 2025 op te nemen. Zonder vervulling van deze voorwaarden kan er dus nog steeds een stuwmeer aan niet opgenomen vakantiedagen ontstaan.
Aanvraagloket SLIM-regeling 2025 opent
Op 3 maart 2025 opent het aanvraagloket van de eerste ronde van de gewijzigde SLIM-regeling 2025. Met behulp van deze subsidieregeling kun je een leerrijke werkomgeving creëren in jouw bedrijf. Het loket is open tot en met 31 maart 2025. Let op, je moet je eerst registreren als aanvrager.
De meest in het oog springende wijzigingen per 1 januari 2025 zijn:
- Subsidies tot € 25.000 worden automatisch vastgesteld en een uitgebreide administratie is niet langer vereist. Door te werken met vaste formats voor aanvragen en een kortere beslistermijn krijg je sneller duidelijkheid over de subsidie.
- Je ontvangt direct 50% van de subsidie als voorschot, de rest volgt na afloop van het project. De hoogte hangt af van de looptijd en het subsidiebedrag.
- Het subsidiepercentage is voor alle bedrijven nu 60%. Voorheen was het percentage voor kleine mkb-ondernemingen 80%.
- Twee eerdere subsidiabele activiteiten zijn geschrapt. Dit zijn de praktijkleerplaatsen voor de derde leerweg bij erkende leerbedrijven en de subsidie voor grootbedrijven in landbouw, horeca en recreatie. Op de menukaart 2025 vind je de subsidiabele activiteiten.
- Per aanvrager wordt slechts één gelijke aanvraag in de loting meegenomen. Ook kun je uitstel aanvragen als een project door overmacht niet binnen de maximale looptijd is afgerond (maximaal drie maanden).
Let op
Ontvangt jouw bedrijf € 125.000 of meer aan subsidie? Dan is een controleverklaring van een accountant verplicht. Hiervoor kun je sinds dit jaar een vaste vergoeding van € 3.000 aanvragen.

Tips voor elke belastingbetaler
Meer alimentatie
De bedragen voor het levensonderhoud van (ex-)partners en kinderen tot 21 jaar worden jaarlijks geïndexeerd. In de wet is geregeld dat het percentage van de indexatie gelijk moet zijn aan de gemiddelde stijging van de lonen in Nederland in dat jaar. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft daarom de bedragen voor alimentatie per 1 januari 2025 verhoogd met 6,5%. De verplichte jaarlijkse indexatie voorkomt dat alimentatiegerechtigden jaarlijks om een verhoging moeten vragen.
Nieuwe regels cryptohandel
Steeds meer mensen hebben interesse in cryptovaluta, zoals Bitcoin en Ethereum. Maar de handel in deze valuta is risicovol. Om consumenten beter te beschermen is sinds 30 december 2024 de eerste cryptowet ingegaan. Deze wet moet de cryptomarkt veiliger en duidelijker maken. De cryptowet geldt voor uitgevers van cryptoactiva zoals Bitcoins en aanbieders van cryptodiensten, zoals een handelsplatform. Zij moeten een vergunning hebben om hun diensten te mogen aanbieden in Nederland. Welke bedrijven dat zijn, vind je in het vergunningenregister bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Daarnaast zijn zij verplicht om klanten te beschermen door:
- geen misleidende reclames te maken of kopers bewust verkeerd te informeren;
- klanten te waarschuwen voor de risico’s bij transacties;
- kopers meer informatie te geven over de risico’s, waardoor zij meer inzicht in de risico’s van cryptovaluta krijgen;
- verplichte vorming van een reserve voor aanbieders van cryptodiensten.
Toezichthouders
Uitgevers van cryptovaluta en cryptodienstverleners vallen onder het toezicht van de AFM en De Nederlandsche Bank (DNB). De AFM kijkt of de handel in cryptovaluta volgens de regels gebeurt en of cryptobedrijven consumenten voldoende beschermen. De AFM richt zich vooral op marktmisbruik, de aanpak van witwassen en informatieverstrekking.
De DNB ziet onder meer toe op de uitgifte van stablecoins. Dit zijn digitale munten waarvan de waarde gelijk blijft doordat zij gekoppeld zijn aan een andere valuta (meestal de dollar). DNB controleert of deze munten daadwerkelijk worden gedekt. Op dit moment zijn er twee soorten cryptodiensten geregistreerd bij DNB: wisseldiensten en aanbieders van bewaarportemonnees. Deze bedrijven moesten zich al aan de anti-witwasregels houden, maar moeten vanaf 30 juni 2025 ook over een vergunning beschikken in het kader van de nieuwe cryptowet.
Laat je WOZ-beschikking controleren
Binnenkort valt de WOZ-beschikking 2025 op je (digitale) deurmat. De WOZ-waarde 2025 is de waarde van de woning (of het gebouw) op de waardepeildatum 1 januari 2024. Het is verstandig om deze beschikking te (laten) controleren vanwege het grote belang. De WOZ-waarde is immers niet alleen relevant voor de gemeentelijke heffingen, maar ook voor andere belastingen, zoals de inkomstenbelasting en de schenk- en erfbelasting.
Ben je het niet eens met de vastgestelde waarde in de WOZ-beschikking? Dan moet je binnen 6 weken na de dagtekening van de beschikking daartegen bezwaar aantekenen bij jouw gemeente. Je kunt geen bezwaar aantekenen bij de Belastingdienst!
Is de termijn van zes weken verstreken en heb je geen bezwaar gemaakt? Dan zit je weer een jaar vast aan de vastgestelde waarde voor de gemeentelijke heffingen, maar ook voor de andere belastingen.
Tip
Over het algemeen zul je belang hebben bij een zo laag mogelijke WOZ-waarde. Maar een te lage WOZ-waarde kan ook nadelig zijn. Dat is bijvoorbeeld aan de orde als de rente van jouw hypotheek opnieuw moet worden vastgesteld of als je een nieuwe hypotheeklening wilt afsluiten, bijvoorbeeld voor een verbouwing. Bij het beoordelen van de aanvraag van een bouwhypotheek gaat de bank immers vaak uit van de WOZ-waarde van de woning.
Einde salderingsregeling per 2027
Eind vorig jaar is een wetsvoorstel aangenomen, waarbij de huidige salderingsregeling voor zonnepaneelhouders in één keer stopt op 1 januari 2027. Er komt geen overgangsperiode. Tot 2027 blijft de salderingsregeling bestaan. Dat wil zeggen dat je de opgewekte stroom die je aan het stroomnet teruggeeft nog volledig kunt aftrekken van je eigen stroomverbruik.
Vanaf 2027 kun je niet meer salderen. Lever je dan stroom terug aan je energieleverancier, dan krijg je er een vergoeding voor. Tot 2030 moet deze vergoeding minimaal 50% van het kale leveringstarief zijn. Dit is het tarief zonder belastingen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) houdt toezicht op de redelijkheid van de vergoedingen en de terugleverkosten. Over de stroom die je zelf hebt opgewekt en direct hebt gebruikt, betaal je geen belastingen en geen kosten aan de energieleverancier.
Schade aan verhuurd goed – wie moet wat bewijzen?
De huurder van een object moet dit object aan het einde van de huurovereenkomst weer inleveren in dezelfde staat als die waarin hij of zij het object heeft ontvangen. Als dit niet lukt omdat er schade is ontstaan, is het de vraag wie deze schade heeft veroorzaakt. Het kan voor zowel de huurder als verhuurder lastig zijn om dit te bewijzen als er voor het aangaan van de huurovereenkomst niks is vastgelegd over de staat van het gehuurde. Dit levert vervelende situaties op.
In de wet is geregeld wie wat moet bewijzen. In het Burgerlijk Wetboek staat dat de huurder aansprakelijk is voor de schade die tijdens de huurovereenkomst is ontstaan en aan hem toe te rekenen is en dat alle schade wordt vermoed ‘daardoor’ te zijn ontstaan. In dat geval is het aan de huurder om dit te weerleggen.
Belang rapport bij aanvang huurovereenkomst
Voor de huurder zou dit zeer nadelige gevolgen hebben. Daarom is bepaald dat de huurder wordt vermoed het gehuurde in de staat te hebben ontvangen zoals deze is bij het einde van de huurovereenkomst. De verhuurder moet dan aantonen dat dit niet zo is. Dit kan hij of zij doen door bij aanvang van de huurovereenkomst een rapport op te stellen, waarin de staat van het gehuurde wordt vastgelegd. Als er zo’n rapport is, hoeft de verhuurder enkel te stellen en te bewijzen dat de staat van het gehuurde bij aanvang anders was dan de staat bij oplevering.
Tip
Vragen over de bewijslastverdeling zijn erg ingewikkeld, maar wel bepalend voor de uitkomst. Het is daarom altijd verstandig om – ook in de onderhandelingsfase – een jurist of advocaat in te schakelen.
Laatste kans middelingsregeling bij wisselend inkomen
De middelingsregeling is sinds 2023 afgeschaft. Maar je kunt deze regeling nog wel benutten als je tot en met 2024 met inkomensschommelingen te maken had. Die wisselende inkomsten kunnen in het ene jaar zwaar belast zijn en in het andere jaar juist niet. De middelingsregeling matigt de belastingheffing over deze inkomsten door de inkomsten gelijkmatig over de jaren te verdelen. Je telt de belastbare inkomens van drie aaneengesloten jaren op en deelt het totaal door drie. Over dit gemiddelde inkomen herreken je per jaar de verschuldigde inkomstenbelasting.
Als je over de drie jaren meer dan € 545 minder belasting verschuldigd bent dan zonder de middeling, kun je deze belasting terugvragen bij de Belastingdienst. De teruggaaf heeft geen invloed op de toeslagen die je al hebt gehad.
Had je in 2022, 2023 en/of 2024 een sterk wisselend inkomen? Dan is het verstandig om te (laten) berekenen of toepassing van de middelingsregeling jou een belastingvoordeel oplevert. Situaties waarin de middelingsregeling voordelig kan zijn, zijn:
- bij sterk wisselende winst uit je onderneming;
- na je afstuderen als je een vaste baan hebt gekregen;
- als je een ontslagvergoeding (‘gouden handdruk’) hebt ontvangen;
- je in de afgelopen jaren bent gestart of gestopt met werken;
- als je minder bent gaan werken of onbetaald verlof hebt opgenomen.
Berekening meesturen niet nodig
Je hoeft geen berekening mee te sturen bij je middelingsverzoek. Wel moet je aangeven over welke drie aaneengesloten kalenderjaren de middeling moet plaatsvinden. De overige gegevens die nodig zijn voor het herberekenen van de belasting in het kader van middeling zijn bij de Belastingdienst bekend. Het is wel verstandig om de middelingsberekening voor jezelf te (laten) maken. Zo kun je controleren of de berekening van de Belastingdienst klopt.
Let op
Je kunt een verzoek om toepassing van de middelingsregeling doen, zodra de aanslagen over de betreffende jaren definitief zijn. Dat is het geval als de bezwaartermijn van 6 weken is verstreken.
Subsidie voor verduurzamen huurwoningen
Wil je investeren in energiebesparende maatregelen om jouw verhuurde woning(en) te verduurzamen? Weet dan dat je gebruik kunt maken van de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH). Ook voor onderhoudsmaatregelen en de kosten van een energieadvies kun je als verhuurder subsidie krijgen, mits ook een energiebesparende maatregel wordt uitgevoerd. Een bouw- of installatiebedrijf moet de werkzaamheden uitvoeren.
De SVOH is sinds 1 januari 2025 verbeterd en verlengd tot en met 2029. De verbeteringen hebben geleid tot een werkbaardere subsidieregeling, met name door het verlagen van de voorfinancieringsdrempel van verduurzamingsinvesteringen van € 125.000 naar € 25.000.
Vraag je namelijk voor € 25.000 of meer subsidie aan? Dan vraag je deze al aan, voordat je begint met de verduurzamingswerkzaamheden.
Vraag je voor minder dan € 25.000 subsidie aan? Dan vraag je deze aan binnen 24 maanden na de uitvoering van de verduurzamingswerkzaamheden. In dat geval moet je de investeringen dus wel helemaal voorfinancieren. De maximale bijdrage per huurwoning is verhoogd van € 6.000 naar € 10.000 per woning, of € 15.000 per woning inclusief een duurzame warmteoptie (warmtepomp of zonneboiler).
Monumentale huurwoningen
Verhuur je een monumentale huurwoning en wil je die verduurzamen? Dan kun je gebruikmaken van SVOH voor monumentale huurwoningen. Hiervoor gelden andere voorwaarden en subsidiebedragen. Jouw woning moet dan de monumentenstatus hebben door een inschrijving bij het rijksmonumentenregister of een provinciaal of gemeentelijk erfgoedregister.
