De Jong Ars Juris biedt je graag de het fiscaal en juridisch nieuws voor het tweede kwartaal 2026 aan. Wij hebben op deze pagina de punten overzichtelijk voor je op een rij gezet. Hiermee kun je je voorbereiden op de nieuwe regels en het einde van bestaande regels. Zo kun je risico’s vermijden of een voordeel behalen.
De inhoud van dit bericht bevat algemene informatie. Hoewel bij de samenstelling daarvan de uiterste zorgvuldigheid is nagestreefd, aanvaarden wij geen aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheden en de gevolgen daarvan.

Tips voor de ondernemer
Stand van zaken aanpak schijnzelfstandigheid
De nieuwe opzet van de aanpak van schijnzelfstandigheid is een stapje dichterbij. Inmiddels heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel ‘Invoeren van een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst’ (voorheen: Vbar) aangenomen.
Het rechtsvermoeden houdt in dat bij een uurtarief van € 38 of minder ervan wordt uitgegaan dat de arbeid in dienstbetrekking is verricht, tenzij de opdrachtgever kan aantonen dat er toch geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Het uurtarief was € 36, maar dit is inmiddels geïndexeerd. De indexatie van dit uurtarief vindt plaats op basis van de cao-loonontwikkeling in plaats van de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon, zoals in het wetsvoorstel eerst was voorgesteld.
Voor de criteria voor het zelfstandig ondernemerschap wordt aangesloten bij de Zelfstandigenwet. Daartoe wordt dit wetsvoorstel verder uitgewerkt. De Tweede Kamer heeft erop aangedrongen dat dit wetsvoorstel nog voor het zomerreces wordt ingediend bij de Tweede Kamer.
Loket open nieuwe subsidie voor minder uitstoot melkveehouderijen
Vanaf 1 juni tot en met 29 juli 2026 komt de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem) beschikbaar, waarmee je de uitstoot van ammoniak en broeikasgassen en de mestproductie op jouw bedrijf kunt verlagen. Je kiest er dan voor om 10 tot 20% minder koeien te houden ten opzichte van 2025.
Hiervoor krijg je gedurende 3 jaar een vergoeding op basis van de jaarlijkse inkomensderving als gevolg van de verlaging van de melkopbrengsten. De vergoeding is bepaald aan de hand van de melkopbrengst van een gemiddelde koe, inclusief de transactiekosten.
Dit komt neer op € 1.606 per koe. Daarnaast krijg je een vergoeding voor het bijbehorende fosfaatrecht dat wordt doorgehaald. Die bedraagt € 110 per recht en wordt in drie jaarlijkse termijnen uitbetaald. De fosfaatrechten verdwijnen definitief van de markt.
Tot slot leveren banken ook een bijdrage door rentekortingen te verlenen op nieuwe leningen voor boeren die willen investeren in verduurzaming op hun bedrijf.
Verplichte basisverzekering voor zelfstandigen
Veel zelfstandigen zijn nu niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Dat komt vooral doordat een dergelijke verzekering niet voor elke zelfstandige betaalbaar is. Met name bij chronische ziekte, medische aandoeningen in het verleden of bij een hogere leeftijd loopt de premie al gauw op.
Het kabinet wil daarom een betaalbare verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering invoeren voor zelfstandigen, die een basisinkomen garandeert. Inmiddels is daartoe de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) ingediend bij de Tweede Kamer.
De verzekering is bedoeld voor ondernemers (met of zonder personeel) in de inkomstenbelasting die de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt. Resultaatgenieters, directeur-grootaandeelhouders en meewerkende partners behoren niet tot de kring van verzekerden.
De premie bedraagt 5,4% over de winst uit onderneming met een maximum van € 171 bruto per maand. De premie wordt in het jaar van betaling aftrekbaar als uitgaven voor inkomensvoorzieningen.
De verzekering kent een wachttijd van 2 jaar. Je moet dus de eerste twee jaar van arbeidsongeschiktheid zelf opvangen bijvoorbeeld met eigen vermogen, een particuliere verzekering of een Broodfonds. Na de wachttijd krijg je een gegarandeerde uitkering van maximaal het wettelijke minimumloon.
Let op
Heb je al een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten? Dan hoef je je niet verplicht te verzekeren.
Start vrachtwagenheffing
Per 1 juli 2026 treedt de vrachtwagenheffing in werking. Dan betaal je als eigenaar van een vrachtwagen of bestelauto belasting per gereden kilometer op bijna alle snelwegen en op sommige provinciale en gemeentelijke wegen. De heffing gaat gelden voor Nederlandse en buitenlandse wagens in de categorie N2 en N3 met een technische maximummassa van meer dan 3.500 kg. Het bedrag per kilometer hangt af van het gewicht en de CO2-uitstoot van de wagen: hoe lichter en hoe schoner de vrachtwagen is, hoe lager het bedrag per kilometer.
Voor vrachtwagens van 40 jaar of ouder geldt een ontheffing, mits deze alleen privé worden gebruikt. Voor elektrische vracht- en bestelwagens geldt een vrijstelling tot en met 4.250 kg. Deze vrijstelling wordt voor wagens met een Nederlands kenteken automatisch verleend.
Tolkastje
Om de vrachtwagenheffing mogelijk te maken moet je een tolkastje (boordapparatuur) aanschaffen van een door de RDW erkende aanbieder. Aanbieders die je kunt kiezen zijn: NedlLinq en EETS-aanbieders. Eerstgenoemde is alleen in Nederland actief, biedt geen extra diensten aan en geen extra kosten (alleen borg voor het tolkastje). Laatstgenoemde aanbieders zijn actief in meerdere landen en bieden wél extra diensten en waarschijnlijk extra kosten. Als je je aanmeldt bij een aanbieder heb je de volgende gegevens nodig:
- de technische maximummassa (van de combinatie);
- de CO2-emissieklasse;
- euro-emissieklasse (als de vrachtwagen in de CO2-emissieklasse 1 valt).
Het tolkastje moet in Nederland altijd aanstaan, óók op wegen waar geen vrachtwagenheffing geldt. Het tolkastje kan uit als de vrachtwagen geparkeerd is.
Hoeveel ga je betalen?
De aanbieder van het tolkastje berekent de vrachtwagenheffing aan de hand van de gegevens over het aantal afgelegde kilometers op de wegen met vrachtwagenheffing en brengt dit aan jou in rekening. De inkomsten van de vrachtwagenheffing draagt hij/zij af aan de overheid. Op de website van de RDW vind je onder meer de tarieven en verplichtingen.
Na de start van de vrachtwagenheffing vervalt de motorrijtuigenbelasting (mrb) voor vrachtwagens tot 12.000 kg. Daarna zouden de tarieven voor de mrb voor zwaardere vrachtwagens worden verlaagd. Maar door de crisis in het Midden-Oosten gaat het mrb-tarief voor deze vrachtauto’s tot het einde van het jaar eerst naar nihil vanaf het eerste tijdvak dat begint na 1 juli 2026. Je bent altijd mrb verschuldigd over een tijdvak van 3 maanden.
Eindigt het lopende tijdvak na 1 juli 2026, dan geldt het nihiltarief dus vanaf het volgende tijdvak. Eindigt een tijdvak na het einde van het jaar? Dan loopt het nihiltarief door tot het einde van het tijdvak. Na het tijdelijke nihiltarief moet er maatwerk komen binnen de vrachtwagenheffing.
Nu al bzm terugvragen
Met de invoering van de vrachtwagenheffing stopt vanaf 1 juli 2026 het Eurovignet voor het vrachtwagenverkeer op de Nederlandse autosnelwegen. In Zweden en Luxemburg is een Eurovignet na 1 juli a.s. nog wel verplicht voor vrachtauto’s.
Heb je een Eurovignet dat na 30 juni 2026 nog geldig is? Dan kun je nu al de betaalde belasting zware motorrijtuigen (bzm) terugvragen met het formulier Verzoek teruggaaf bzm. De aanvraag kost € 25. Dit wordt in mindering gebracht op het bedrag van de teruggaaf. Je krijgt binnen 6 tot 8 weken de beslissing van de Belastingdienst.
Halvering motorrijtuigenbelasting bestelauto’s
Als gevolg van de crisis in het Midden-Oosten zijn de brandstofprijzen enorm gestegen. Daarom heeft het kabinet maatregelen getroffen om de impact van die crisis te beperken.
Een van de maatregelen betreft de halvering van de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s van ondernemers vanaf 1 juli 2026. De maatregel duurt tot het einde van het jaar. Het aangepaste tarief staat vanaf 1 juli 2026 in het hulpmiddel Motorrijtuigenbelasting berekenen.
Tips voor de DGA
Bestuurders: zijn de statuten al aangepast?
Sinds 1 juli 2021 zijn de regels voor het bestuur en toezicht van verenigingen, stichtingen, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappijen aangepast. De meest in het oog springende wijziging betrof de aansprakelijkheid van bestuurders.
Elk bestuurslid (of commissaris) moet altijd het belang van de vereniging (stichting etc.) dienen. Als dat niet gebeurt en er gaat iets mis, is elk bestuurslid (commissaris) persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dus dat niet alleen het bestuurslid (commissaris) (die) zich niet aan de regels heeft gehouden aansprakelijk is, maar ook de andere bestuurders (commissarissen).
Daarnaast kan de curator bij een faillissement jou als bestuurder aansprakelijk stellen voor het tekort in faillissement als het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en het aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Hiervan is onder meer sprake als de vereniging (stichting etc.) niet voldoet aan de administratieverplichtingen.
Einde overgangstermijn nadert!
Zet je je als bestuurslid in voor een vereniging of stichting? Weet dan dat er bij de inwerkingtreding van de nieuwe regels een uiterste datum is gesteld waarop de statuten moeten zijn aangepast aan de nieuwe regels voor bestuur en toezicht. Die datum komt er nu snel aan, namelijk 1 juli 2026.
Als de statuten dan niet voldoen aan de nieuwe regels, kan dit verstrekkende gevolgen hebben voor jou als bestuurslid. Controleer daarom de statuten van jouw vereniging of stichting, maak goede heldere afspraken en leg deze goed vast. Zo beperk je de risico’s voor jou als bestuurder, zodat je met een gerust hart jouw bestuurswerk kunt voortzetten.
Werkgevers en werknemers
Nog 1 x tijdig kilometers rapporteren?
Heb je 100 of meer werknemers? Dan ben je sinds 1 juli 2024 verplicht om jaarlijks de gegevens van de zakelijke kilometers en de woon-werkkilometers van jouw werknemers te verzamelen en via een digitaal formulier te rapporteren aan de RVO. De deadline voor het aanleveren van deze gegevens over 2025 is 30 juni 2026.
Op het formulier rapporteer je de kilometers per vervoermiddel en per brandstoftype, waarbij je onderscheid maakt tussen woon-werkverkeer en zakelijk verkeer. Na het invoeren van deze gegevens berekent het systeem de CO2-uitstoot voor zowel het woon-werkverkeer als de zakelijke mobiliteit. Zodra het formulier is ingediend, genereert het systeem een rapport met een samenvatting van de gegevens en de berekende CO2-uitstoot.
Wijziging voor mkb-ondernemers
Dit is mogelijk de laatste keer dat je aan deze rapportageplicht moet voldoen. Er is namelijk een wijzigingsbesluit gepubliceerd, waarin deze jaarrapportageverplichting met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 wordt beperkt tot werkgevers met 250 of meer werknemers.
Raadpleeg je werknemers voor je arbobeleid
Sinds eind januari jl. is de Arbowet onder meer gewijzigd met betrekking tot de inspraak en rechten van werknemers. Het gaat hierbij om het recht om voorstellen te doen over de veiligheid en gezondheid op het werk. Als werkgever moet je nu de belanghebbende werknemers raadplegen bij het arbeidsomstandighedenbeleid en de uitvoering daarvan. Ook kleine ondernemers die vanwege de beperkte omvang geen OR of personeelsvertegenwoordiging hebben, moeten hieraan voldoen. Kon je voorheen volstaan met overleggen over het arbobeleid, nu gaat het daadwerkelijk om het raadplegen van belanghebbende werknemers. De punten waarover je onder meer met hen moet spreken zijn:
- de aanwijzing van bedrijfshulpverleners (BHV’ers);
- de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E);
- de inschakeling van interne en externe deskundigen (zoals de preventiemedewerker en bedrijfsarts);
- de aanwijzing van de arbodienst.
Daarnaast moet je jouw werknemers actief informeren over de arborisico’s van het werk. Dat was overigens al een belangrijk punt dat voortkwam uit de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), maar is nu nog scherper neergezet in de nieuwe wet. De belanghebbende werknemers hebben het recht om voorstellen te doen. Het is belangrijk dat de gemaakte afspraken goed worden vastgelegd en daarna ook worden geactualiseerd bij wijzigingen.
Tip
Heb je een kleinere onderneming? Zet het arbobeleid als vast onderwerp op de agenda tijdens het reguliere werkoverleg. Hierdoor zijn álle werknemers op de hoogte. Belangrijk is om tijdens elk overleg een ander aspect vanuit het arbobeleid onder de loep te nemen. Je kunt dan de arborisico’s toelichten. Zo betrek je de werknemers bij preventie, veiligheid en gezondheid op hun werk.
Aftrekbaarheid afkoopsom leasecontract auto
Heb je aan een werknemer een leaseauto ter beschikking gesteld? Dan doe je er verstandig aan om ook schriftelijke afspraken te maken over de eigen bijdrage en de afkoopsom van het leasecontract. De vraag die daarbij vaak opkomt is of de afkoopsom van een leasecontract aftrekbaar is van de bijtelling als eigen bijdrage voor privégebruik van de auto van de zaak. De Belastingdienst stelt 5 cumulatieve voorwaarden waaronder aftrek (deels) mogelijk is:
- Er is schriftelijk overeengekomen dat de afkoopsom een bijdrage is voor privégebruik.
2. De afspraak heeft realiteitswaarde.
3. De afkoopsom wordt betaald uit het nettoloon.
4. De afkoopsom wordt betaald aan de werkgever (niet de leasemaatschappij).
5. De bijtelling wordt door de aftrek niet minder dan nul.
Let op
Voor het bovenstaande geldt dat de feitelijke situatie telt! Een schriftelijke afspraak dat de afkoopsom ‘voor privégebruik’ is, is niet voldoende als deze afspraak niet overeenkomt met de praktijk.
Een afspraak waarbij de afkoopsom ook verschuldigd is als de werknemer de auto niet privé gebruikt, heeft volgens de Belastingdienst geen realiteitswaarde. Dit betekent dat de afkoopsom alléén in mindering kan worden gebracht op de bijtelling voor zover deze daadwerkelijk betrekking heeft op het privégebruik van de auto. Dit volgt uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad, de hoogste belastingrechter.
Tip
Leg afspraken over eigen bijdragen en afkoopsommen duidelijk vast en zorg voor een sluitende rittenregistratie. Zo voorkom je verrassingen bij een fiscale controle.
Meer zekerheid voor flexwerkers
Werknemers met een flexibel arbeidscontract krijgen vanaf 1 januari 2028 meer zekerheid over hun inkomen en hun werktijd. Uitzendkrachten krijgen al vanaf 1 januari 2027 recht op ten minste gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als reguliere werknemers.
Dit staat in het wetsvoorstel ‘Meer zekerheid flexwerkers’, dat onlangs door de Tweede Kamer is aangenomen. Bij amendement is aanvullend bepaald dat uitzendkrachten recht krijgen op loondoorbetaling bij ziekte, ook als zij een uitzendbeding hebben en dit niet via een cao is geregeld. In de huidige abu cao is dit al geregeld, maar deze is niet (meer) algemeen verbindend.
Ook worden oproepcontracten vervangen door contracten met een minimum- en maximumaantal uren (bandbreedtecontracten). Hierbij geldt een uitzondering voor bijbanen van studenten en scholieren van maximaal 16 uren en voor AOW-gerechtigden met een nulurencontract. Voor het overige worden tijdelijke contracten alleen bedoeld voor tijdelijk werk.
Na een tijdelijk contract moeten werknemers sneller een vaste baan krijgen. Nu kun je als werkgever na 3 tijdelijke contracten en een pauze van 6 maanden, opnieuw tijdelijke contracten aan dezelfde werknemer aanbieden. Dit wordt tegengegaan door de termijn van 6 maanden te verhogen naar 3 jaar. Hierop zijn slechts beperkt uitzonderingen toegestaan in een cao.
Tip
Maak je gebruik van flexwerkers? Inventariseer dan alvast welke gevolgen deze nieuwe regels zullen hebben voor jouw organisatie.
Voor elke belastingbetaler
Opname ‘pensioenbedrag ineens’ weer uitgesteld
Drie jaar na de invoering van de Wet toekomst pensioenen zou het op 1 juli 2026 dan eindelijk mogelijk worden om als pensioengerechtigde eenmalig 10% van het pensioenkapitaal af te kopen. Dit zou dan ook gelden voor de bij de eigen bv ondergebrachte lijfrenten, die als tegenprestatie bij de overdracht van een onderneming zijn ontstaan. Maar helaas, de invoering is opnieuw uitgesteld. Dit keer zelfs tot 1 januari 2029. De reden voor het uitstel is dat de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel een groot beslag legt op de beschikbare capaciteit bij pensioenuitvoerders.
Het uitstel betekent dat als je eerder dan 1 januari 2029 met pensioen gaat, je geen gebruik kunt maken van deze afkooprechten. Ook niet met terugwerkende kracht.
Nieuwe rekeningnummers voor de Belastingdiens
Sinds 1 mei 2026 is de Rabobank de nieuwe huisbank van de Belastingdienst (en de Dienst Toeslagen). Tot dan toe was dat de ING. Door de overstap zijn de rekeningnummers gewijzigd. Je moet dus betalingen aan de Belastingdienst naar een ander rekeningnummer overmaken. Het meest gebruikte nieuwe Rabo-rekeningnummer is: NL04 RABO 0200 112244. Sommige belastingen hebben een ander nieuw rekeningnummer bij de Rabobank.
Na 1 mei 2026 per abuis betaalde belastingbedragen op het oude ING-rekeningnummer worden nog een jaar lang doorbetaald aan de Belastingdienst. De Belastingdienst vermeldt het nieuwe Rabo-rekeningnummer in de betaalinformatie die je digitaal of per post ontvangt, bijvoorbeeld bij een belastingaanslag. Daarnaast moet je als je zelf periodieke boekingen hebt ingesteld, bijvoorbeeld voor termijnen van een betaalregeling, het rekeningnummer in de periodieke overboeking aanpassen.
Tip
Verwerk het nieuwe rekeningnummer direct in je administratie, zodra je hierover bericht ontvangt van de Belastingdienst. Zo voorkom je foutieve betalingen.
Pakketjes van buiten EU worden duurder
Koop je als consument producten uit niet-EU-landen tot een bedrag van € 150, dan hoef je daarover geen invoerrechten te betalen. Daarvan wordt massaal gebruik gemaakt: in 2024 kwamen er 1,2 miljard pakketten binnen van buiten de EU.
Om de import van deze goedkope producten uit met name China te ontmoedigen, te reguleren en beter te controleren wordt deze vrijstelling tot € 150 per 1 juli 2026 afgeschaft en vervangen door een nieuwe heffing van invoerrechten. Dan betaal je namelijk € 3 voor kleine afstandsverkopen van maximaal € 150 van buiten de EU. De invoerrechten van een pakketje met dezelfde producten bedragen dan € 3. Maar voor een pakketje met drie verschillende producten betaal je dan al € 9 aan invoerrechten.
Het tarief van € 3 geldt tot 1 juli 2028. Ook Frankrijk, België en Luxemburg hebben invoerrechten op kleine pakketjes uit niet-EU-landen ingevoerd. Zo wordt voorkomen dat de heffing van invoerrechten wordt ontlopen, doordat pakketjes via een ander omringend land Europa binnenkomen.
Naast de tariefmaatregel worden ook strengere regels ingevoerd voor de leveranciers uit de niet-EU-landen. Al met al worden zo ook de Europese ondernemingen beter beschermd tegen de concurrentie van goedkope producten van - met name - Chinese webshops.
Let op
Uiterlijk vanaf 1 november 2026 komt bovenop de heffing van € 3 waarschijnlijk nog een extra Europese heffing van € 2. Deze heffing geldt voor afstandsverkopen ongeacht de waarde ervan. Dan wordt het tarief voor een klein pakketje van buiten de EU dus ten minste € 5.
